Het DDC4000-systeem is een regel- en besturingssysteem voor het meten, regelen, besturen, optimaliseren en bewaken van technische installaties. Het systeem is gebaseerd op het multitasking operatingsystem Linux met 32-bit-processortechnologie.
Het systeem bestaat uit DDC4000-onderstations, paneelbusmodulen BMA, BMD, SBM (BusModuul Analoog, BusModuul Digitaal, PaneelbusModuul) veldbusmodulen FBM (VeldBusModuul) en bedieningsmodule FSM (FrontSchakelModuul).
Communicatie van de DDC4000-centrales vindt plaats via Ethernet (TCP/IP, BACnet). Binnen een netwerk communiceren max. 99 DDC4000-onderstations met elkaar. Elk DDC-onderstation heeft twee omschakelbare interfaces naar bussystemen. Per bus kan worden ingesteld of het gaat om een paneelbus of om een veldbus. Op de paneelbus kunnen tot 16 modulen BMA, BMD en SBM worden aangesloten. Op de veldbus kunnen 63 FBM-modulen worden aangesloten.
- de basisprogramma’s in de vorm van regelfuncties voor verwarmings-, luchtbehandelings- en vastewaarderegelingen, inclusief de besturingslogica,
- meldingsmanagement met een storingsmeldingsgeheugen voor meldingen uit de technische installaties (BTA) en systeemmeldingen,
- de software is in softwareobjecten gestructureerd en is vrij parametreerbaar.
Voor de configuratie staat een moderne, effectieve objectstructuur ter beschikking, die de projecteringskosten reduceren.
De bediening van het gehele DDC4000-systeem is van iedere DDC4000-onderstation (remote control) zonder tussenkomst van andere apparatuur mogelijk. De WEB-server van het DDC4000-onderstation maakt een afstandbediening vanuit willekeurige computers met WEB-browser mogelijk.
De bedieningsmodulen SBM hebben parametreerbare schakelaars/toetsen en LED’s. De bedieningsmodulen DDC hebben instelbare schakelaars/toetsen en LCD-display’s.
De Neutrino-GLT-beheercentrales van het gebouwenmanagement kunnen rechtstreeks via Ethernet op het DDC4000-onderstation worden aangesloten. Met nativ BACnet (open standaard) kan het DDC4000-systeem met de GLT-beheercentrales communiceren. De dataoverdracht van op afstand gelegen GLT-beheercentrales gebeurt per modem via het telefoonnet of een ADSL-verbinding.
Het DDC4000-onderstation is compatibel met het DDC3000-systeem. Een directe verbinding met DDC3500 BACnet is mogelijk. De integratie c.q. koppeling met andere automatiseringssystemen gebeurt op automatiseringsniveau via Ethernet, op veldniveau via gateway-modulen SBM51 en SBM52 op de paneelbus.
- Open communicatie
- Object georiënteerde parameterring
- Bedienconcept naar menselijke maatstaf
- Verbinding via Ethernetinterfaces
- Afstandbediening en gebruikmaking van webservices






